Lorem ipsum

Naar de basisschool!

Het is een grote en spannende stap: van kinderdagverblijf naar basisschool. Hoe bereid je je peuter het beste voor?

Gjalt Jellesma, voorzitter van de Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang (BOinK), en hoogleraar orthopedagogiek Paul Leseman geven antwoord op de meest gestelde vragen.

Waar moet je op letten bij de keuze van een basisschool?

* Bedenk welk schooltype het beste bij jou en je kleuter past: Jenaplan, Montessori, Dalton of iets anders.

* Bekijk het schoolrapport van de Onderwijsinspectie

* Kijk ook naar de schooltijden. Welk rooster past het best bij jullie? Is dat een klassiek rooster, met gelijke dagen, of een bioritmerooster? Er zijn nog geen bewijzen dat het ene rooster beter is dan het andere, dus je kunt rustig op je eigen gevoel af gaan.

* Ga naar de open dag, en spreek daar met leraren en ouders. Je kunt onder meer informeren naar:
- De aanwezigheid van een goed kindvolgsysteem is, zodat je kind niet onopgemerkt een grote achterstand kan oplopen
- Het pestbeleid
- Hoe zijn de gymlessen geregeld, is daar bijvoorbeeld een vakleerkracht voor?

* Loop ook op een ‘gewone’ dag eens de school binnen, want dan krijg je een completer beeld dan tijdens een open dag. Bekijk het gebouw en vooral de toiletten, want alles bij elkaar zegt het iets over hoe de school geleid wordt.

* Veel ouders zijn geneigd om naar de Cito-toetsscore te kijken, maar dat raadt Gjalt Jellesma niet aan. ‘Pas als je weet wat voor kinderen er op school zitten, zegt de score iets.’

* Is de school in de buurt van jullie huis? Voor de gemeenschapsvorming is het goed als een kind naar een school in de buurt gaat, want dan kan het sociale relaties aangaan met buurtkinderen, zegt Paul Leseman. ‘Die relaties zijn belangrijk voor de ontwikkeling van cognitieve en emotionele vaardigheden.’

* Let op de balans tussen leergerichtheid en bredere talentontplooiing, zoals muziek, tekenen of toneelspelen.

Is het goed om je kind mee te nemen als je bij naar scholen gaat kijken?
Leseman: ‘Volgens mij heeft dat weinig zin. Een kind let op hele andere dingen, die vaak niet relevant zijn. Zoals de kleur van de stoeltjes.’ Jellesma voegt daar aan toe: ‘Je kunt je zonder kind beter concentreren op de school. Bij een tweede bezoek is er niets op tegen om je peuter mee te nemen.’

Wanneer begin je met oriënteren?
Jellesma: Dat is moeilijk te zeggen, want soms zijn er wachtlijsten voor scholen. In grote steden moet je je kind soms al inschrijven als het nog heel jong is. Ga in ieder geval niet bij de pakken neer zitten als je niet terechtkunt op de school van je eerste keuze. Er zijn geen slechte basisscholen in Nederland, want wat dat betreft behoren we nog steeds tot de wereldtop.’

Hoe kun je de overgang van kdv naar basisschool zo gemakkelijk mogelijk maken voor je kind?
Jellesma: ‘Het kdv moet hierin de leiding nemen. Alle kinderdagverblijven hebben er een programma voor, dat per kdv wel verschillend is. Vaak begint het ermee dat driejarigen geen middagslaapje meer doen, zodat ze daar al aan kunnen wennen. Vraag op jouw kdv wat voor wenprogramma zij hebben. Eventueel kun je daar thuis op inspelen.

‘Bespreek het wenproces ook met school. Je kind kan bijvoorbeeld al dagdelen op school wennen. Verder kun je je kind voorbereiden door samen naar school te lopen. En heel belangrijk: maak er vooral een feestje van. Het is spannend, maar ontzettend stoer om naar school te gaan!’
Leseman: ‘Daarnaast is praten over naar school gaan altijd goed. Eventueel kun je daar een voorleesboekje bij gebruiken. Als je kind eenmaal op school zit, praat dan ook over hoe het was op school. Dat is goed voor de verwerking van alle nieuwe indrukken. En praat met de leraar, zodat je een compleet beeld hebt van hoe het met je kind gaat.’

Hoe neem je op een goede manier afscheid van het kdv?
Leseman: ‘Markeer het moment: besteed er extra aandacht aan. Dat kun je doen door bijvoorbeeld te trakteren. Het is belangrijk om goede persoonlijke relaties, met name die met de leidster, goed af te sluiten. Daarom zou het mooi zijn als je kind een tastbare herinnering mee kan nemen, zoals een persoonlijk boekje met een foto van de leidsters erin en een korte afscheidstekst.’ Jellesma: ‘Voor veel ouders is het moeilijk om afscheid te nemen van het kdv. Houd je eigen weg bij je kind.’

Wat kun je verwachten van de eerste schoolweken?
Leseman: ‘Dat hangt ontzettend van het kind af. Het ene kind pakt de draad meteen op en een ander kijkt de kat uit de boom en doet er weken over om te wennen. Gemiddeld duurt het enkele weken voordat je kleuter lekker in zijn vel zit. Wel blijkt uit onderzoek dat kinderen die al naar de kinderopvang zijn geweest minder aanpassingsverschijnselen hebben dan kinderen die de eerste jaren thuis zijn gebleven. Ze zijn minder moe, meer gewend aan de routines, en een stuk zelfstandiger.’
Jellesma: ‘Besef dat het normaal is dat je kind even een terugval in zijn ontwikkeling krijgt. Je kleuter is ineens weer de kleinste en moet acclimatiseren.’

Hoe zorg je dat je kleuter zich snel thuisvoelt op school?
Leseman: ‘Stimuleer op een positieve manier dat je kind snel relaties opbouwt met andere kinderen. Dat kun je doen door op het schoolplein contact te leggen met andere ouders. Misschien kunnen jullie samen afspraakjes bevorderen. Zo bouwt je kind als het ware snel weer een nieuwe gemeenschap op waarin het zich veilig en vertrouwd voelt.’
Jellesma: ‘Denk goed na over je rol als ouder. Ontspannen ouders leveren ontspannen kinderen op. Als je kind ’s ochtends bij het afscheid nemen bijvoorbeeld huilt, blijf dan niet eindeloos rondhangen, want dat is niet in het belang van het kind. Zoek een goede middenweg en bespreek vooral ook met de leerkracht wat je in zo’n geval het beste kunt doen.’

Wat verandert er voor de ouders?
Jellesma: ‘De combinatie van werk en zorg wordt lastiger. Op het kdv kan je kind van ’s ochtends tot ’s avonds en in de vakanties terecht. Op school krijg je te maken met schooltijden tot ongeveer 15.00 uur, vakanties en adv-dagen. In de ideale situatie heb je dagopvang die naadloos op de school aansluit, maar dat is lang niet altijd het geval. Er wordt ook veel vaker beroep op ouders gedaan: van schoonmaken tot schoolreisjes begeleiden en kinderen checken op luizen.’

Leseman: ‘De relatie met een school is voor ouders ook heel anders dan die met het kdv. Over het algemeen is de band met het kdv hechter. Daar hoor of lees je elke dag hoe het met je kind is gegaan, maar dat zal op school een stuk minder zijn. Daarentegen wordt je kind ouder en kan hij zelf meer vertellen.’

Hoe zelfstandig moet je kind zijn als het naar de basisschool gaat?
Jellesma: ‘Daar wil ik niet te veel over zeggen, want je kunt je er onnodig zorgen over maken. Niet alle kinderen ontwikkelen zich in hetzelfde tempo en dat is niet erg.’
Leseman: ‘Er zijn ook geen normen voor wat je kind moet kunnen. Maar als je kind op een kdv heeft gezeten verwacht ik helemaal geen problemen, want dan ligt het vaak iets voor.’

Hoe kom je aan een goede bso?
Jellesma: ‘Er zijn heel veel dingen waar je op kunt letten. De locatie en het vervoer, het personeel, de activiteiten, het voedingsbeleid. Eigenlijk te veel om op te noemen.

‘Kijk op boink.info voor de hele checklijst. Het is in ieder geval een groot voordeel als de school goede opvang heeft geregeld. Realiseer je goed wat je jezelf aandoet als dit niet het geval is. Je moet dan veel meer regelen en dat is een stuk stressvoller. Besef ook dat een kind bijna evenveel tijd op de bso doorbrengt als op school, met vakanties erbij gerekend. Het is dus de moeite waard om de tijd te nemen om (een school met) een goede bso uit te zoeken.’

Onderzoek schooltijden, doe mee!
Al decennia lang zijn de schooltijden in Nederland ongeveer hetzelfde: scholen starten rond 8:30 en gaan uit tussen 15:00 en 15:30, afhankelijk van de lengte van de middagpauze. De woensdagmiddag is vrij en vaak hebben de jongste leerlingen (4 t/m 7 jaar) nog een extra vrije middag of om de week een vrije dag.

Vanuit scholen komen er steeds meer initiatieven tot stand waarin er wordt gekeken naar het veranderen van de schooltijden. Projectgroep Andere Tijden in onderwijs en opvang doet onderzoek naar de mening en behoefte van ouders met kinderen van 0-4 jaar, die nog geen gebruikmaken van het basisonderwijs.

Klik op de vraag om deel te nemen aan  het onderzoek:

Denkt u straks werk en zorg voor de kinderen te kunnen combineren met de klassieke schooltijden?

Tags: , , , , ,

Print dit artikel Stuur door naar een vriend(in) Plaats een reactie
 

8 Responses

Reacties

  • rsk
    24 februari 2011 / 13.36 uur

    klassieke schooltijden, met een uurtje naar huis tussen de middag en dan weer voor twee uur terug naar school, vind ik nogal een belasting voor het kind en de ouders: heen en weer gezeul van plek naar plek. Waarom niet allemaal op school eten tussen de middag, zoals in bijna de hele wereld gebeurt? Dat geeft rust voor iedereen, kinderen leren van elkaar om van alles te proeven en het kind hoeft niet steeds achter zijn vodden worden gezeten: opschieten want we moeten alweer terug naar school. School uit=vrij. Nu krijg je als ouder (in dit kleine dorp tenminste) bijna een schuldcomplex als je je kind op school laat overblijven, want de meeste kinderen gaan naar huis tussen de middag. Oma’s maken denk ik overuren, of mama’s hier werken niet?

  • Evelien Schouwenaar
    24 februari 2011 / 13.57 uur

    Mijn oudste zoon is in december 4 geworden, dus wij zitten midden in het proces van het wennen en aanpassen. En ik moet zeggen, het begin is lastig, maar we zijn nu 2 maanden verder en de routine komt erin. De BSO zit bij het KDV, dus bekende gezichten, en zit in hetzelfde gebouw als de school. Ideaal dus. In de vakanties is er geen opvang op woensdag en vrijdag, dus daar zullen we zelf wat vaker vrij moeten nemen en opa en oma inschakelen. Dus al met al zijn onze banen goed te combineren met de klassieke schooltijden, tegen de verwachting in.

  • Annemarie
    24 februari 2011 / 21.43 uur

    Hoor veel over gehele dagen naar school en het liefst zolang mogelijk ivm werk.
    Ik vraag me dan af wat belangrijker is. Je kind of je werk. Snap dat iedereen oet werken tegenwoordig incl ikzelf, maar vind ook dat je er wel moet zijn voor je kind.
    Een hele dag van bijv 8 tot 17 uur lijkt me ook zo belastend voor een kind.

  • EW
    26 februari 2011 / 20.55 uur

    Wij wilden voor onze dochter een school kiezen die bij haar past en niet een school die bij ons past omdat die toevallig dichtbij is. Uiteindelijk hebben we gekozen voor een school in de stad ipv in ons dorp, waar wij tevens vlakbij wonen. Van mede-ouders, vrienden, familie en zelfs kinderloze buren kregen we veel verwijten dat zij niet met buurtgenoten op zou groeien en dat ze heel veel zou gaan missen daarin! Wat een onzin! Het is toch ook belangrijk dat zij goed op haar plek zit en afspreken kan nog steeds! Ook al is het niet 2 deuren verder en moet ze met de auto naar school gebracht worden. En ja, ze zal meer overblijven dan andere kinderen. Maar ze krijgt wel het soort onderwijs dat wij voor haar willen!! Waarom gelijk een oordeel geven als je voor een school kiest die niet naast de deur is?! Ik zeg toch ook niet dat ze hun kinderen niet in het dorp naar school moeten doen???? Jammer dat er niet meer voor opengestaan wordt om verder te kijken dan je neus lang is voor onderwijs. Je wilt toch het allerbeste voor je kind?!?! Dus ook onderwijs.

  • Femke
    28 februari 2011 / 10.33 uur

    Het continuerooster zorgt er bij ons voor dat de kinderen al om 2 (!) uur uit zijn. Ik kan me nog herinneren dat we vroeger om half 4 uit waren, en dat had me eerlijk gezegd heel wat handiger uitgekomen.

    Tussen de middag overblijven, prima.

    En waarom zielig als kinderen een hele dag naar school moeten? In België weten ze niet beter. Bovendien, op het kinderdagverblijf zitten ze toch ook de hele dag?

  • daan
    21 maart 2011 / 14.02 uur

    Wij ervaren het kdv als veilig en vertrouwd voor onze zoon. Altijd open, personeel lief en bereidwillend. Als je kind naar de basisschool gaat is dat voorbij. Zo wordt er ineens een studiedag gepland of is er een juffrouw ziek. Dan heb je als werkende ouder toch wel een probleem, want hoe moet je dat oplossen?

  • RM
    23 maart 2011 / 20.57 uur

    Beste EW,
    Zelf heb ik als kind in een ander dorp (slechts 2,5 km verderop) op school gezeten, dan het dorp waar ik woonde. In mijn woonplaats was ook een school, dus daar ging bijna iedereen uit het dorp naar toe. Ik heb hierdoor veel moeite gehad met het maken van sociale contacten. Spontaan speelafspraken maken gaat een stuk moeilijker, want er stond vaak iemand te wachten om mij op te halen. En ook later, toen ik zelf ging fietsen, even snel thuis laten weten dat je ergens gaat spelen lukt niet. Ook schenen klasgenoten en hun ouders te denken dat mijn dorp een wereldreis ver was, dus er kwamen ook weinig kinderen bij ons spelen. Met de kinderen uit het dorp had ik niet veel contact omdat hun speelafspraken op het schoolplein werden geregeld en ik ze domweg niet kende. Er is heel wat voor te zeggen om een school te kiezen die bij je past, maar er zitten zeker nadelen aan om in een andere plaats naar school te gaan. Mijn ouders zeggen hier over dat ze, als ze dit van te voren hadden geweten, anders hadden gedaan.

  • Jessica
    24 maart 2011 / 15.59 uur

    Ik heb eigenlijk niet lang na hoeven denken naar welke school mijn dochter ging, want er is er maar 1 in ons dorp. En inderdaad je doet wat je het beste acht voor je kind, en ik vind het inderdaad belangrijk dat ze vrienden en vriendinnen heeft in de buurt. Ze heeft het heel erg naar haar zin, ze heeft al een aantal leuke vriendinnen en 1 vriendje en een hele leuke juffrouw.

Ook reageren