De Kinderboekenweek: samen lezen over superhelden, de toekomst van de brede school en kinderfeestjes. Van avontuurlijk tot Zzz-slaapfestijn.
Blader het blad PrimaOuders.nl ook eens online door!
Ruzie tussen je twee (of meer) kinderen kun je niet voorkomen. Zorgen dat de rivaliteit wat vermindert, kan gelukkig wél. Hoe, dat lees je hier.
Wat als zuslief een leuke traktatie meekrijgt van het kinderdagverblijf en de ander niet? Leg dat eens maar uit aan een driftkop van tweeënhalf. Soms lijkt het wel of broertjes, zusjes of broertjes en zusjes elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Elke ouder van meer dan één kind heeft ermee te maken: rivaliteit tussen je dierbare spruiten.
Aandacht
Heleen de Hertog vertaalde het succesvolle Amerikaanse boek How2talk2kids – broers en zussen zonder rivaliteit van Adele Faber en Elaine Mazlish. Inmiddels worden er door het hele land workshops gegeven over het thema. Volgens De Hertog is rivaliteit een biologisch gegeven. ‘Elk kind wil exclusieve aandacht om te kunnen overleven: eten, liefde, aandacht en schone kleding. Als er een broertje of zusje bijkomt, is dat voor een kind een aanslag op die behoefte.’
Gelukkig kun je als ouder de mate van rivaliteit beïnvloeden. Hoe? Dat legt De Hertog hieronder uit aan de hand van tips van drie voorbeelden. Bovendien geeft ze een workshop weg! Lees door om te achterhalen hoe je hier kans op maakt.
Tips om te leren omgaan met ruzie:
* Erken de gevoelens van ieder kind
* Reflecteer het gezichtspunt van elk kind. Luister zorgvuldig, zodat je kunt samenvatten wat elk kind zegt
* Praat met respect over het probleem
* Uit je vertrouwen in hun vermogen om zelf een oplossing te vinden die eerlijk is voor alle partijen
* Verlaat de ruimte of richt je aandacht op iets anders
Voorbeelden
Voorbeeld 1:
Elif (3): ‘Mama moet mij voorlezen!’
Yasin (5,5): ‘Nee, mij!’
‘De afspraak is dat hun ouders om en om een van de kinderen voorlezen, maar toch hebben die een reden gevonden hier nu ruzie over te maken. Kijk wat er achter de woorden zit. Elin en Yasin hebben het gevoel dat mama te weinig tijd voor hen heeft. Als mama zegt dat papa toch ook hartstikke mooi voorleest, gaat ze voorbij aan dat gevoel. Benoem het achterliggende gevoel: ‘Elin wil dat mama haar voorleest, hè? En Yasin wil ook dat mama hem voorleest. Papa en mama lezen om en om voor, morgen lees ik Elin voor, maar nu lees ik Yasin voor.’
Voorbeeld 2
Mama ligt met Sylke (drie dagen oud) aan de borst in haar bed dat nog op klossen staat. Jildau van 2,5 wil er dolgraag bij. Mama wil dat niet. Papa brengt een verdrietige Jildau naar haar eigen bed, terwijl de kersverse Sylke en haar ouders met zijn drieën op een kamer slapen.
De Hertog: ‘Jildau is niet kwaad op haar zusje, maar op haar moeder. Wat heel goed werkt is als moeder dan de – soms dubbele – gevoelens benoemen. Bijvoorbeeld: ‘Soms vind je de baby heel lief en wil je kusjes geven en soms wil je dat ze weggaat als mama met haar bezig is.’ Verwoord daarbij ook het verlangen: ‘Je zou willen dat mama niet zoveel met de baby bezig is, hè? Je hebt het gevoel dat mama geen tijd meer heeft voor jou.’ En als Jildau dat dan beaamt, kun je zeggen dat je na het voeden samen met haar een boekje gaat lezen.’
Voorbeeld 3
Daan (3) loopt rond met een takelwagen. Jasper (5) pakt ‘m af. Daan gaat brullen en trekt zijn broer aan de haren.
‘Hiervoor zijn de vijf eerder genoemde tips heel goed bruikbaar. ‘Daan ik zie dat je heel erg boos bent. En Jasper, jij zag dat Daan met die takelwagen speelde en dacht: hé, daar wil ik ook mee spelen! Twee kinderen, één takelwagen… Ik weet zeker dat jullie zelf een oplossing kunnen bedenken waar jullie beide blij mee zijn. Tot die tijd neem ik de takelwagen mee en ga ik de krant lezen.’ Als de kinderen dan verhaal komen halen, zeg je kalm: ‘Ik hoor het, maar mijn oren staan alleen open voor een oplossing.’ Als ze niet met een voor beide bevredigende oplossing komen, kun je ze daarbij begeleiden.’
Print dit artikel Stuur door naar een vriend(in) Plaats een reactie





